Gemeente Kasterlee

Bestrijdingsmiddelen vermijden

Wil je zelf ook je steentje bijdragen en bestrijdingsmiddelen in en om het huis vermijden, pas dan deze eenvoudige tips toe: 

IN EN OM HUIS
Bestrijdingsmiddelen in en om huis? Gebruik je soms bestrijdingsmiddelen in en om huis? Besef dan goed dat bestrijdingsmiddelen vroeg of laat in ons leefmilieu terecht komen: in de lucht, de bodem en het water. Bestrijdingsmiddelen worden in min of meerdere mate teruggevonden in het regenwater en in ons drinkwater.
Het is niet steeds duidelijk welke lange termijn gevolgen dit heeft op mens en milieu. Wel is geweten dat
sommige bestrijdingsmiddelen zich kunnen concentreren in levende wezens. Vooral als deze zich hoger in de voedselketen bevinden. Men stelt vast dat sommige middelen elkaar versterken. Redenen genoeg dus om niet zomaar naar bestrijdingsmiddelen te grijpen.

Ongenode gasten
Soms worden we in en om huis geconfronteerd met ongenode gasten zoals mieren, vliegen… Grijp niet onmiddellijk naar chemische bestrijdingsmiddelen om deze ongenode gasten te doden. Vermijd eerst en vooral dat een plaag zich te sterk ontwikkeld. Of vermijd dat de ongewenste diertjes in huis komen. Lukt dat niet, probeer dan de ongewenste gasten te verjagen. Pas in laatste instantie, als verjagen niet mogelijk is, kan je de ongewenste diertjes doden.
Hieronder volgen enkele milieuvriendelijke tips om van die ongewenste diertjes verlost te raken zonder chemische bestrijdingsmiddelen te gebruiken:
Mieren
Mieren worden sterk aangetrokken door zoetigheid. Bewaar in huis alle zoetigheid in zorgvuldig en luchtdicht afgesloten potten of dozen. Zo hou je ook mieren die in jouw tuin leven, buitenshuis. Zitten de mieren binnen, bestrooi dan het paadje waarlangs ze binnenkomen met witte peper of smeer het in met knoflook. Mieren hebben ook een hekel aan verse houtskool, houtzaagsel, koffiedik, keukenzout, tomatenplanten, afrikaantjes en goudsbloemen. Een plek in jouw tuin die je mierenvrij wil houden, kan je omzomen met afrikaantjes en goudsbloemen. Mieren zijn zeer nuttig in jouw tuin. Als ze geen overlast veroorzaken, laat je ze best met rust. Maar soms zit een mierennest op een vervelende plaats, bijvoorbeeld vlakbij de keukendeur. De meest doortastende manier om het mierennest weg te krijgen, is deze te overgieten met kokend water (en dit enkele dagen later te herhalen).
Vliegen en muggen
Vliegen kan je vermijden door keukenafval in goed sluitende vuilnisbakken op te bergen. Zorg ervoor dat je geen vliegen aantrekt: spoel lege limonadeflessen en confituurpotten steeds goed uit. Plaats goedsluitende vliegenramen in de vensters of een vliegengordijn voor de deur, zo hou je vliegen buiten. Vliegen en muggen houden niet van een sterke tocht. Als ze binnen zijn, kan het helpen om de ramen en deuren tegenover elkaar open te zetten zodat het in huis flink tocht. Zijn er toch muggen binnengeraakt? Plaats dan een muggennet over het bed. Ga na of er geen kleine plasjes water in (kruip)kelders, in (verstopte) goten of potten op het terras of aan het tuinhuis blijft staan. Muggenlarven ontwikkelen zich immers in (kleine) plasjes water. Wil je vliegen bestrijden, grijp dan niet naar bestrijdingsmiddelen, maar gebruik een vliegenmepper. Sommige bomen en planten houden vliegen op afstand, bijvoorbeeld vlierstruiken, notenbomen, afrikaantjes en citroenkruid.
Motten
Motten tasten wollen kleren aan. Tegenwoordig worden heel wat kledingsstukken en tapijten bij de fabricage behandeld met chemische middelen tegen motten. Bewaar wollen kledingsstukken in goed afgesloten plastic zakken en/of verlucht ze regelmatig (in de zon). Ook het wassen van de kledingsstukken en het schoonmaken van de kasten helpt om motten weg te houden. Motten hebben een hekel aan sterk geurende stoffen zoals lavendel, rozemarijn, tabak of cederhout. Je kan zakjes gedroogde lavendel of blokjes cederhout in de kleerkast leggen of hangen. Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar.
Wespen
Wespen kan u vangen met een wespenval: een potje met limonadesiroop en een trechter er overheen of een opengesneden PET-fles met de omgedraaide teut erop.
Muizen
Muizen (en ratten) kan je buiten houden door fijnmazige roosters te plaatsen op alle (ventilatie)openingen. Zorg ervoor dat je alle kieren en spleten afdicht. Muizen worden vaak aangetrokken door allerlei voedingswaren. Zorg ervoor dat je eten en afval in goed gesloten recipiënten stockeert. Katten zijn goede muizenvangers. Muizen kan je ook vangen met muizenvallen. Koekjes en chocolade zijn hierbij betere lokmiddelen dan kaas.
Houtworm
Houtworm zijn larven van kevers die in droog hout leven. Vermijd dat houtworm in jouw meubelen komt door het hout zorgvuldig te verven of te vernissen. Meestal houdt ook een stevige laag boenwas de houtworm tegen.
Kakkerlakken
Hou kakkerlakken uit je keuken. Zorg voor een nette keuken. Breng fijnmazige metalen filters aan in elke verluchtingsopening. Vermijd kieren en spleten. Zorg ervoor dat er geen eten blijft rondslingeren en dat vuilnisbakken regelmatig geledigd worden.Heb je last van kakkerlakken, dan is het meestal nodig om professionele hulp in te roepen.
Zilvervisjes
Zilvervisjes houden van een vrij vochtige omgeving. Zorg ervoor dat het binnenshuis minder vochtig is bijvoorbeeld door te verwarmen of te ventileren. Vermijd resten van zetmeel of stijfsel, want dat staat op hun menu. Zilvervisjes kan je gemakkelijk vangen met een doorgesneden aardappel. Leg de aardappel 's nachts in een open plastic zakje. De volgende dag kan je eenvoudigweg het zakje buiten ledigen.
Spinnen
Spinnen zijn voor de mens ongevaarlijk. Ze kunnen er alleen soms wat griezelig uitzien. Spinnen zijn trouwens onze natuurlijke bondgenoten tegen vliegen, muggen en andere insecten. Ze hoeven dus niet bestreden te worden. Wil je toch een spin weg, vang ze dan en zet ze buiten.
Pissebedden, oorwormen en duizendpoten
Ook deze diertjes zijn niet schadelijk. Ze ruimen rottend organisch materiaal op of eten kleine insecten. Ze leven voornamelijk in donkere, klamme schuilplaatsen. In een normale droge, lichte of verwarmde plaats houden ze het niet lang uit. Zorg voor een goede ventilatie, ruim regelmatig op en bestrijdt, indien nodig, vochtproblemen. Zo voorkom je pissebedden en andere diertjes. Een echte bestrijding is niet nodig. Je kan bijvoorbeeld wel een halve uitgeholde aardappel omgekeerd in de kelder leggen. Pissebedden kruipen hier graag in of onder. Daarna kan je gewoon de aardappel buiten verwijderen. Duizendpoten en oorwormen kruipen graag in een vochtige dweil. Schud de dweil daarna buiten uit.

SIERTUIN
Bestrijdingsmiddelen in de siertuin?
Heb je een siertuin en moet je soms wel eens naar bestrijdingsmiddelen grijpen? Besef dan goed dat bestrijdingsmiddelen vroeg of laat in ons leefmilieu terecht komen: in de lucht, de bodem en het water. Bestrijdingsmiddelen worden in min of meerdere mate teruggevonden in het regenwater en in ons drinkwater. Het is niet steeds duidelijk welke lange termijn gevolgen dit heeft op mens en milieu. Wel is geweten dat sommige bestrijdingsmiddelen zich kunnen concentreren in levende wezens. Vooral als deze zich hoger in de voedselketen bevinden. Men stelt vast dat sommige middelen elkaar versterken. Redenen genoeg dus om niet zomaar naar bestrijdingsmiddelen te grijpen. Probeer eerst en vooral een plaag te vermijden. Lukt dat niet, zoek dan een zo milieuvriendelijk mogelijke manier om de plaag te bestrijden. Als ook dat niet helpt, kan je overwegen om bestrijdingsmiddelen te gebruiken. Maar doe dit steeds op een voorzichtige en oordeelkundige manier. Herhaalde blootstelling aan bestrijdingsmiddelen kan je gezondheid schaden. Accidenteel innemen kan de dood tot gevolg hebben. 
Voorkomen is beter dan genezen
Voorkomen van ziekten en plagen is beter dan genezen. Misschien loont het ook voor jou om eens een andere aanpak te proberen? Dan volgen hier enkele tips.
Jouw tuin is niets kunstmatigs. Het is een stukje natuur. Bekijk je gazon niet als een groen biljartlaken. Geef wat ruimte aan andere soorten zoals madeliefjes en paardenbloemen. Vergeet niet dat grote oppervlaktes of lengtes van dezelfde soort een extra uitnodiging zijn voor ongewenste soorten. Vaak is het onbegonnen werk om te verhinderen dat een ziekte of plaag zich over heel het oppervlak verspreidt. Het is daarom beter om soorten af te wisselen. Zo dring je plagen en ziekten terug naar kleine oppervlakten. Kies je daarboven ook nog voor inheemse en streekeigen soorten, dan benader je nog beter de natuurlijke situatie. En dit zal je merken. Vogels vinden jouw tuin aantrekkelijker om er te broeden. Wist je dat een koppel mezen op een periode van 20 dagen zo'n 10.000 insecten (vaak rupsen) vangt om hun jongen groot te brengen?
Kies soorten die geschikt zijn voor de bodem en het (micro)klimaat van jouw tuin. Gelderse roos, bijvoorbeeld, houdt van een voedselrijkere, vochtige tot natte bodem. Deze soort zal wegkwijnen op een droge, zure bodem.
Kies zoveel mogelijk voor een bedekte bodem. Op een onbedekte grond groeien vaak ongewenste soorten. Je kan bijvoorbeeld bodembedekkers gebruiken: kleine maagdenpalm, klimop, OLV bedstro, vrouwenmantel… Let er wel op dat je schaduwminnende soorten niet in de volle zon plaatst.
Heb je toch nog onbedekte grond, dan kan je deze afdekken met hakselhout. Zo onderdruk je onkruidgroei. Bijkomend voordeel is dat de bodem minder snel uitdroogt. Let wel: het gebruik van hakselhout is bij voorkeur een tijdelijke maatregel. Door te lang hakselhout gebruiken, rijk je grond op termijn aan met voedingsstoffen. Vers hakselhout verteert en onttrekt hierbij stikstof aan de grond. Jouw (jonge) planten hebben ook stikstof nodig en zullen hierdoor minder groeien of zelfs afsterven.
Laat je helpen door bondgenoten om ongewenste insectensoorten te bestrijden: egels, padden, vogels (zie hoger). Lok de bondgenoten naar jouw tuin door wat ruige stukjes te creëren en door kleine schuilplaatsen te maken: stapeltjes los op elkaar liggende stenen, oude dakpannen, houtblokken of een takkenhoop die met rust gelaten wordt.
Hoe ongewenste soorten terugdringen?
Enkele tips om een aantal ongewenste soorten terug te dringen:
Als je bodem te veel stikstof bevat, zullen de planten hierop reageren door sneller te groeien. Bladluizen worden aangetrokken door de snel groeiende plantentoppen. Gebruik daarom compost in plaats van kunstmeststof. Dit verhindert een te snelle stikstofopname door de planten. Zie je dat plantentoppen concentraties van bladluizen vertonen, verwijder ze dan snel en volledig.
Emelten zijn larven van langpootmuggen. Emelten vreten wortels van grassen. Jaag niet elke mol uit jouw tuin. Mollen zijn immers verzot op emelten. Papaverplanten zijn dan weer giftig voor emelten. Afrikaantjes en goudsbloem schrikken bodeminsecten, en dus ook emelten, af.
Mos groeit meestal op plaatsen waar de meeste andere planten het laten afweten. Mos groeit vooral op vochtige en beschaduwde plaatsen. Breidt mos zich uit in jouw gazon? Dan is dit een teken dat deze plaats minder geschikt is voor gras. In plaats van bestrijdingsmiddelen te gebruiken, zorg je er beter voor dat de grond weer geschikt wordt voor gras. Een gazon moet voldoende licht krijgen. Snoei overhangende takken weg. Is er ook dan nog te weinig zon, dan leg je best geen gazon aan. Verlucht de gazon regelmatig met een verticuteerhark. Zo zorg je er ook voor dat het water beter weg kan. Wordt jouw gazon overwoekerd door witte klaver, dan is dit een teken dat de gazon dringend moet verlucht worden. Maai gras niet te kort. Zeer kort gras neemt weinig water op en houdt de wortels kort. Ideaal is 5-8 cm. Door het gras langer te houden, kan je het besproeien beperken.

DE MOESTUIN

Bestrijdingsmiddelen in de groentetuin?
Heb je een groentetuin en moet je soms wel eens naar bestrijdingsmiddelen grijpen? Besef dan goed dat bestrijdingsmiddelen vroeg of laat in ons leefmilieu terecht komen: in de lucht, de bodem en het water. Bestrijdingsmiddelen worden in min of meerdere mate teruggevonden in het regenwater en in ons drinkwater.
Het is niet steeds duidelijk welke lange termijn gevolgen dit heeft op mens en milieu. Wel is geweten dat sommige bestrijdingsmiddelen zich kunnen concentreren in levende wezens. Vooral als deze zich hoger in de voedselketen bevinden. Men stelt vast dat sommige middelen elkaar versterken.Redenen genoeg dus om niet zomaar naar bestrijdingsmiddelen te grijpen. Probeer eerst en vooral een plaag te vermijden. Lukt dat niet, zoek dan een zo milieuvriendelijk mogelijke manier om de plaag te bestrijden. Als ook dat niet helpt, kan je overwegen om bestrijdingsmiddelen te gebruiken. Maar doe dit steeds op een voorzichtige en oordeelkundige manier. Herhaalde blootstelling aan bestrijdingsmiddelen kan je gezondheid schaden. Accidenteel innemen kan de dood tot gevolg hebben.
Groenten kweken zonder chemische bestrijdingsmiddelen
Groenten kweken kan ook zonder het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen. Volgende tips kunnen je hierbij helpen.
Zorg voor een gezonde bodem en een evenwichtige plantenvoeding. Dit kan je door compost te gebruiken. Kies voor compost die je zelf maakt van huis-, keuken- en tuinafval. Er zijn verschillende manieren om dit te doen: via een compostvat, een wormenbak of een composthoop. Goede compost is een eerste stap naar een gezonde bodem van de moestuin.
Kies voor groentesoorten en -rassen die minder gevoelig zijn voor ziekten. Geef de voorkeur aan rassen die geschikt zijn voor een bepaalde bodem en klimaat.
Zorg voor vruchtwisseling: zet dezelfde of verwante groenten niet jaar na jaar op dezelfde plek, dat werkt plagen in de hand. Aaltjes die aardappelen aantasten, kunnen lang overleven in de bodem. Kweek je jaar na jaar aardappelen op hetzelfde stuk grond, dan kunnen aaltjes zich goed ontwikkelen en voortplanten. De schade zal elk jaar groter worden. Waren jouw bloemkolen vorig jaar aangetast door knolvoet, zet dan geen koolsoort op dezelfde plaats. Bij voorkeur wacht je meerdere jaren vooraleer je op hetzelfde stuk grond dezelfde groente kweekt.
Zorg voor goede combinaties en vermijd slechte combinaties. Een goede combinatie bevordert de groei en houdt plagen weg. Slechte combinaties doen net het tegenovergestelde! Combineer je aardappelen met erwten, dan houdt dit coloradokevers weg. Afrikaantjes zijn effectief tegen aaltjes bij aardappelen, maar ook bij rozen.
Plaats sterk geurende kruidenplanten zoals mierikswortel aan de rand van een groentebed. Hun geur verwart belagers en trekt gunstige insecten aan.
Trek natuurlijke vijanden aan zoals lieveheersbeestje of sluipwespen. Geef nestel- of schuilplaatsen aan vogels: nestkastjes, gedoornde struiken…
Plaats koolkragen aan de voet van koolplanten en verhinder zo dat de koolvlieg haar eitjes afzet. Een koolkraag is een rond stuk karton dat je tot in het midden inknipt. Breng het karton tegen de grond rond de stengel van het koolplantje aan.
Gebruik insectengaas tegen wortelvlieg, koolvlieg en preivlieg. 

Zaai in rijen. Zo kan je veel gemakkelijker wieden en harken.
Voorkiemen of voorkweken versnelt de opkomst en geeft de groenten een voorsprong op het onkruid.
Hoe ongewenste soorten terugdringen?
Enkele tips om een aantal ongewenste soorten terug te dringen:
Als je bodem te veel stikstof bevat, zullen de planten hierop reageren door sneller te groeien. Bladluizen worden aangetrokken door de snel groeiende plantentoppen. Gebruik daarom compost. Dit verhindert een te snelle stikstofopname door de planten. Zie je dat plantentoppen concentraties van bladluizen vertonen, verwijder ze dan snel en volledig. Zet dille en bonenkruid tussen bonen om bladluizen van bonen weg te houden. Bij sla kan je kervel tussen de sla planten om bladluizen weg te houden. Luizen kan je lokken met planten die ervoor gevoelig zijn zoals Oost-Indische kers of tuinboon. Als er op deze planten luizen zitten, lok je natuurlijke vijanden naar jouw tuin. Lieveheersbeestjes zijn er een voorbeeld van. Zij zorgen er voor dat luizen ook op andere planten geen kans krijgen.
Slakken worden aangetrokken door ingegraven potjes of glazen die voor de helft gevuld zijn met
zoet, bruin bier. Slakken kruipen hierin en verdrinken. Je kan slakken ook uit zaaibedden houden
door er as, dennennaalden, gemalen schelp of fijn gedrukte eierschalen omheen te leggen.
Slakken houden namelijk niet van scherpe materialen. Ze zullen er niet over kruipen. In sommige tuincentra verkoopt men richels om slakken tegen te houden. Niet alle slakken zijn schadelijk. Het zijn voornamelijk de naaktslakken die veel schade kunnen aanrichten.
Een stuk grond dat aangetast is door aaltjes krijg je terug onder controle door het op te planten met afrikaantjes.


Openingsuren & contact

Milieudienst

adres
Markt 12460 Kasterlee
tel.
014 85 99 27
e-mail
milieu@kasterlee.be
Open vandaag: 9-12 uur / 14-17 uur / 18-20 uur

Deel deze pagina