Waar moet je een overlijdensaangifte doen?
Een overlijden wordt aangegeven in de gemeente van het overlijden. Meestal is het een begrafenisondernemer naar keuze die de aangifte doet.
Wat moet je meebrengen bij een overlijdensaangifte?
- het attest van overlijden opgemaakt door de geneesheer die het overlijden heeft vastgesteld;
- de identiteitskaart van de overledene;
- het rijbewijs en reispas van de overledene, indien van toepassing;
- het trouwboekje (voor ongehuwde overledenen het trouwboekje van de ouders of een geboorteakte);
- voor niet-inwoners: ook een attest over de laatste wilsbeschikking afgeleverd door het gemeentebestuur van de laatste woonplaats;
- voor begravingen buiten het grondgebied is een ‘toelating tot begraven’ vereist van het gemeentebestuur op wiens grondgebied de begraafplaats gelegen is.
Aan welke instanties kan je het overlijden best nog melden?
- de dienst die aan de overledene een pensioen uitbetaalde;
- de diensten die renten of tegemoetkomingen aan de overledene uitbetaalden:
- de Nationale Kas voor Oorlogspensioenen;
- het fonds voor beroepsziekten;
- de verzekeringsmaatschappij van de werkgever als de overledene renten i.v.m. een arbeidsongeval genoot;
- het Nationaal Werk voor Oorlogsinvaliden;
- het Nationaal Werk voor oorlogsslachtoffers;
- de bank(en) en/of spaarkas(sen) waar de overledene een rekening en/of spaarboekje had;
- buitenlandse pensioendiensten;
- de verzekeringsmaatschappij(en), als:
- het overlijden te wijten was aan een ongeval of een arbeidsongeval;
- de overledene een lening afsloot voor het verwerven van een huis én tevens een schuldsaldoverzekering aanging;
- de werkgever van de overledene
- het ziekenfonds.